Coverfoto Laanvallei

Rodebos en Laanvallei

Beschrijving

Zoals de naam al doet vermoeden, is het staatsnatuurreservaat ‘Rodebos en Laanvallei’ gelegen in de Laanvallei. De Laan is, als bijrivier van de Dijle, nog één van de pareltjes van het Dijleland en heeft zich ter hoogte van het reservaat ongeveer 50m diep in het plateau ingesneden. Op de oostelijke flank van de Laanvallei vinden we het Rodebos terug. Het reservaat is tegenwoordig ruim 100ha groot en wordt beheerd door het Agentschap voor Natuur en Bos (ANB) van de Vlaamse Gemeenschap.

Het uitgesproken reliëf en de afwisseling van open en gesloten vegetatietypes maken van het gebied een aantrekkelijk en waardevol geheel. Dat betekent ook dat er hier nog heel wat zeldzame plant- en diersoorten voorkomen.

Het reservaat kunnen we in feite in drie grote entiteiten opdelen. Op het plateau vinden we droge zandgronden terug. In het verleden werden deze minderwaardige zandgronden echter al te vaak met naaldbomen beplant. Ook nu vinden we centraal op het plateau nog een aantal dennenbestanden terug. Om de oorspronkelijke schrale bos- en heidebegroeiing opnieuw een kans te geven werden een aantal naaldboombestanden reeds omgevormd. Waar ooit monotone dennenbestanden zonder veel onderbegroeiing de plak zwaaiden, vinden we nu zonnige heideveldjes die overgaan in prachtig eiken- en beukenbos.

Het grootste deel van het reservaat bestaat uit een beboste valleiflank met talrijke bronnetjes. Omdat ook in het verleden deze hellingen te steil waren voor de landbouw zijn deze flanken steeds bebost gebleven en heeft de natuur er alle kansen gekregen. Daarom worden menselijke ingrepen hier tot een minimum beperkt.

Van op het droge plateau en de naastgelegen valleiflanken met bronnetjes belanden we uiteindelijk in de Laanvallei. Tot in de jaren vijftig van de vorige eeuw kwam hier een eerder open landschap voor met hooi- en weilanden afgewisseld met moeras, houtkanten en hakhoutbosjes. Sindsdien werden heel wat van deze valleigronden beplant met populieren of evolueerden deze spontaan naar (broek)bos. Intussen zijn vele van deze populierenbestanden weer verdwenen. Het beheer is erop gericht een waardevol valleilandschap te creëren met elzenbroek, rietland en natte hooilanden. Belangrijk in dit hele verhaal zijn de Hebridenschapen die jaarrond in het reservaat kunnen worden aangetroffen en bijdragen tot het beheer ervan.

De Laan ontspringt iets ten zuiden van Waterloo en mondt 500 m ten noorden van de dorpskern van Sint-Agatha-Rode in de Dijle uit. Samen met de Dijle is de Laan nog één van de weinige rivieren in Vlaanderen die nog over haar volledige loop vrij kan meanderen. Dit draagt vanzelfsprekend bij tot de hoge waarde van dit gebied.

Kenmerkende soorten

Voorjaarsflora

Door zijn grote verscheidenheid aan biotopen is het Rodebos en omgeving een uitgelezen plek om heel wat bijzondere planten aan te treffen. Opvallend zijn met zekerheid de natte hooilanden die in voorjaar en zomer barstensvol bloemen staan. Ook de  voorjaarsflora langs de bronbeekjes is niet te versmaden.

Zo is het Rodebos dé plek om eind april op zoek te gaan naar de massaal bloeiende Daslook. In de vochtige valleitjes kan de lookgeur na een frisse regenbui bij momenten bedwelmend zijn en de bloemetjes van de Daslook schitteren dan als duizenden sterretjes aan het firmament van de lenterige bosbodem.

Ook andere bijzondere soorten komen hier voor. Langs de bronbeekjes komt Goudveil talrijk voor, net als de ietwat bizarre Reuzenpaardenstaart. De talrijk bloeiende Pinksterbloemen in de hooilanden trekken heel wat Oranjetipjes aan.

Vogels

Samen met de talrijke boscomplexen in de regio zijn het Rodebos en de aangrenzende Laanvallei een goede plek om heel wat typische bosvogels waar te nemen. Als typische bosbewoners doen de spechten het hier heel goed: Grote Bonte Specht, Kleine Bonte specht, Groene Specht en zelfs de Zwarte Specht broeden er. Middelste Bonte Specht wordt steeds vaker aangetroffen. Dit doet de aanwezigheid van broedkoppels vermoeden gezien de soort reeds vaste broedpopulaties heeft in Meerdaal- en Zoniënwoud. Bij de uilen is de Bosuil hier in de buurt ongetwijfeld de talrijkste nachtroofvogel, terwijl ook de Ransuil nog aangetroffen kan worden. Deze laatste lijkt echter minder talrijk dan voorheen, mogelijk te wijten aan de opmars van de Bosuil. Kerkuil en Steenuil broeden niet in het bos zelf maar worden wel in de ruimere omgeving aangetroffen. Bij de dagroofvogels zijn het eveneens de echte bosvogels die de show stelen: Sperwer, Havik en Buizerd kan je hier regelmatig waarnemen, terwijl ook de schaarse Wespendief iedere zomer in de Laanvallei aanwezig is. Vooral in de nazomer zijn ook waarnemingen van de Boomvalk mogelijk -al dan niet jagend op zwaluwen die dan in grote groepen boven de vallei foerageren. Onder de zangvogels mogen we zeker de mezen niet vergeten die hier talrijk aanwezig zijn. Naast o.a. Staartmees, Kuifmees, Zwarte mees en Glanskop is ook de in Vlaanderen steeds zeldzamer wordende Matkop hier nog regelmatig te observeren. Bij de vinkachtigen springen vooral Goudvink en Appelvink in het oog. De
eerste broedt vaak verspreid en onopvallend, terwijl de laatste zowel ’s zomers als winters door z’n kenmerkende roep in een flits boven de bomen opgemerkt kan worden. Vermeldenswaardig zijn ook de groepjes Noordse goudvinken Pyrrhula p. pyrrhula die tijdens de afgelopen invasiejaren regelmatig in de hogere stukken van het Rodebos foeragerend waargenomen werden. Boomklever, Boomkruiper, Goudhaan en zelfs Vuurgoudhaan kunnen jaarrond in het bos aangetroffen worden. Zwartkop, Tuinfluiter, Grasmus, Tjiftjaf en Fitis zijn enkele van de soorten die in het zomerhalfjaar aanwezig zijn, terwijl de Gekraagde roodstaart in het verleden reeds langsheen de open plekken in het Rodebos werd aangetroffen. Een andere soort die van de heideterreintjes gebruik maakt is de Boompieper. Indien de komende jaren nog meer open ruimte wordt gecreëerd door het omvormen van gesloten dennenbestanden naar heide mogen we deze soort hopelijk toevoegen bij de jaarlijkse broedvogels in het Rodebos? En mogen we dan misschien dromen van de Nachtzwaluw…?

Een andere leuke soort die we er kunnen aantreffen is de Houtsnip die ook in het winterhalfjaar graag gebruikt maakt van de natte komgronden in de vallei. Andere soorten die we in deze moerassige zones kunnen aantreffen zijn Kleine karekiet, Bosrietzanger, Waterral en een aantal eenden. In de nabijheid van brugjes over de Laan en boven het water hangende takken zijn Ijsvogel en Grote gele kwikstaart een algemene verschijning. ’s Winters is het elzenbos in de vallei het geliefkoosde terrein voor Sijzen en Putters.

Fluiters worden eerder sporadisch in het Rodebos waargenomen en terwijl de Nachtegaal jaren terug nog tot de jaarlijkse broedvogels van de Laanvallei kon worden gerekend, lijkt het rond deze soort steeds stiller en stiller te worden. Hetzelfde geldt voor de Wielewaal, terwijl ook de Koekoek hier minder waar te nemen is dan voorheen.

Andere

Een goed onderzochte groep vormen de insecten in het Rodebos en de Laanvallei. Zo is het gebied voor heel wat libellen (o.a. Smaragdlibel en Bruine korenbout en sporadisch ook Bruine winterjuffer, Zuidelijke oeverlibel, Bruine glazenmaker en sinds 2010 ook de Bosbeekjuffer), zweefvliegen (maar liefst 153 soorten, bijna de helft van de Belgische zweefvliegenfauna!), mieren, kevers (het Vliegend Hert werd reeds eenmalig waargenomen) en andere insecten zoals bijvoorbeeld steenvliegen (gebonden aan heldere bronbeekjes) een veilige thuishaven. Zelfs de prachtige Grote weerschijnvlinder werd hier al waargenomen.

Ook de amfibieën zijn er goed vertegenwoordigd en hierbij kan de Vroedmeesterpad als meest bijzondere soort vermeld worden. Tot midden de jaren ’90 van de vorige eeuw kwam de soort hier voor, en in 2004 werd opnieuw een exemplaren gehoord. Sindsdien lijkt de soort weer verdwenen.

Bij de reptielen vermelden we Hazelworm en Levendbarende hagedis. Deze weten handig gebruik te maken van de nieuwe open plekken die in het Rodebos zijn ontstaan.

In de klasse der zoogdieren is gebleken dat de Laanvallei en de omliggende bossen het geliefkoosde jachtterrein zijn voor heel wat soorten vleermuizen. Zonder een vleermuisdetector zijn een aantal soorten toch waar te nemen: Watervleermuizen die bij valavond heel laag boven de Laan jagen en met een beetje geluk de grotere Rosse vleermuis die bij schemer en soms zelfs overdag op grote hoogte op insecten jaagt. Recent werd ook de aanwezigheid van zowel Grootoorvleermuis, Franjestaart, Laatvlieger en zelfs de zeldzame Bosvleermuis voor dit bosgebied aangetoond. Naast de vleermuizen is ook de mooie Eikelmuis nog een bewoner van de Laanvallei die echter zelden waargenomen wordt. Een andere moeilijk waarneembare soort is de Waterspitsmuis, een zeldzame
bewoner van zuivere beekjes. Meer kans maak je op Reeën die bij valavond uit het bos te voorschijn komen. Ook de Bever is een schuwe bewoner van deze vallei. Meer kans om deze aan te treffen heb je in de Dijlevallei. Daarnaast zijn ook Vos en Eekhoorn soorten die de oplettende wandelaar regelmatig kan ontmoeten.

Bereikbaarheid

De parking van het Rodebos bereik je door vanuit het centrum van Sint-Agatha-Rode de Leuvensebaan te nemen richting Ottenburg. Het Rodebos bevindt zich rechts van de weg voorbij het kruispunt met de Burgemeesterstraat en vóór het kruispunt met de Wimmingenstraat.

Hans Roosen