Dijleland in vogelperspectief 05.06.2006 066

Leemplateau

Beschrijving

Het leemplateau is hoofdzakelijk een akkergebied, dat tot op heden gespaard is gebleven van grootschalige ruilverkavelingen. Het plateau ligt tot 60 meter boven de valleigebieden en de hoogste toppen liggen een goede 100 meter boven het zeeniveau. Holle wegen, graften en houtkanten doorsnijden het zacht glooiende landschap. Bossen en bosjes gaande van een sparrenaanplanting tot het volwaardige Tersaertbos zorgen voor verdere variatie. Weilanden vind je veelal in de iets vochtigere depressies, of in de onmiddellijke omgeving van de her en der verspreide boerderijen. De hoogteverschillen binnen het plateau zorgen voor schitterende vergezichten en versterken de indruk van een open landschap. Door de akkerbouw en zijn rotatiesysteem krijgt het landschap een extra dynamiek, waar eerst een doorkijk was kan je later op een muur van maïs botsen.

Kenmerkende soorten

Vogels

Algemene broedvogels in de akkergebieden zijn Patrijs, Kievit, Kneu, Veldleeuwerik en Geelgors. Deze laatste kent hier een van de hoogste populatiedichtheden van Vlaanderen. Minder algemeen tot zeldzaam zijn Kwartel (wisselend van jaar tot jaar), Grauwe Gors (door de sterke achteruitgang geen vaste broedvogel meer) en Graspieper (ook verdwenen als broedvogel). Zangvogels allerhande vind je in de houtkanten en bosjes: Grasmus, Zwartkop, Fitis, Braamsluiper en Spotvogel. In een zandgroeve te Neerijse werd in 2002 een broedgeval van Bijeneter vastgesteld. Andere broedvogels zijn o.a. Bergeend (de laatste jaren toenemend op kleine plassen en vijvers), Buizerd, Torenvalk, Boomvalk, Sperwer, Zomertortel, Ransuil en Steenuil. De plateaus zijn ook belangrijk als voedselbron voor vogels die buiten het gebied broeden. Zo zijn Blauwe Reigers van de nabijgelegen broedkolonie in de Dijlevallei trouwe bezoekers. Ook de Kerkuilen van de omliggende dorpen vinden hier een geschikt jachtterrein.

Voor vogelkijkers is het leemplateau op zijn best tijdens het trekseizoen zowel in voor- als najaar, in april-juni en augustus-oktober is zowat alles mogelijk. Typische pleisteraars in deze periodes zijn Tapuiten, Paapjes en Roodborsttapuiten. Tapuiten vind je vaak over de akkers lopend waarbij ze af en toe de hoogste aardkluit als uitkijkpunt gebruiken. Paapjes zitten graag op afsluitingen of uitstekende planten. Beflijster, Duinpieper en Noordse Gele Kwikstaart worden vrijwel jaarlijks waargenomen. De weiden nabij de Brede Weg te Korbeek-Dijle oefenen een grote aantrekkingskracht uit op kwikstaarten, vooral in het voorjaar loont het vaak de moeite om tussen de poten van de grazende koeien te kijken.

Ook drie soorten kiekendieven (Blauwe, Bruine én Grauwe) met hun typische schommelende vlucht zijn een vaste waarde op doortrek.

In de winter zijn Blauwe Kiekendief, Graspieper en Veldleeuwerik vaste gasten. Zo werd in 2007 voor het eerst een gezamenlijke slaapplaats van Blauwe Kiekendieven gevonden. Smelleken, Velduil en Klapekster worden minder regelmatig waargenomen. Een met graan ingezaaide Natuurpuntakker langs de Delle in Leefdaal en een op de Koeheide bieden samen met een heel aantal akkers in beheersovereenkomst in de winter ook voedsel aan groepen overwinterende gorzen (voornamelijk Geelgorzen).

Een dergelijk uitgestrekt gebied geeft zijn geheimen niet zomaar prijs, het vergt vaak heel wat zoekwerk om schaarsere vogels te vinden. Vasthoudendheid, enig inzicht in vogelgedrag en een portie geluk zijn hier de sleutelwoorden. Maar een waarneming van een mooie soort zoals een Morinelplevier of een Sneeuwgors is dan ook een inspanning waard. Als echte topsoorten werden hier reeds vier maal Grielen waargenomen, maar de beste soort was ongetwijfeld een prachtig mannetje Kleine trap dat eind april 2008 één dag het plateau van Korbeek-Dijle met een bezoek vereerde.

Zoogdieren

Eén van de absolute sterren van het leemplateau is de Europese Hamster. Deze van oorsprong Oost-Europese soort heeft hier haar meest westelijke populatie van Europa gevestigd. De Hamster leeft hoofdzakelijk ’s nachts, schuilt overdag in zelf gegraven burchten en houdt een winterslaap. De kans dat je er eentje te zien krijgt is dan ook zeer klein. Jaarlijks -tijdens de oogst- organiseerde de Natuurstudiegroep Dijleland met de hulp van vrijwilligers
een inventarisatie van hamsterburchten.

Als beschermingsmaatregel voor de hamsters worden de laatste jaren door het Agentschap voor Natuur en Bos (ANB) en de Vlaamse landmaatschappij (VLM) -beide Vlaamse overheidsinstellingen- beheersovereenkomsten met plaatselijke landbouwers afgesloten. Zo worden percelen ingezaaid met luzerne en daarbij aansluitend een graanakker die tot lang na de gebruikelijke oogsttijd blijft staan. Het spreekt vanzelf dat ook de andere akkerbewoners van dit
voedselaanbod profiteren.

Daarnaast zijn er in 2005 door het ANB hamsters uitgezet om de vrij sterk ingeteelde populatie te versterken. Sindsdien zijn er geen gegevens meer over opvolging van de populatie. Het is wachten op een Europees LIFE-project voor de Hamster om te weten te komen hoe het met de populatie gaat.

De meeste zoogdieren zijn in tegenstelling tot de Haas en Hamster niet specifiek aan akkers gebonden: Ree, Vos, Konijn, Hermelijn, Wezel en Steenmarter komen in de hele streek voor.

Insecten

In de sleedoornstruwelen op het plateau kunnen na geduldig zoeken in de winter de eitjes van de zeldzame (maar lokaal vrij wijd verbreide) Sleedoornpage aangetroffen worden. Om de vlinder zelf in augustus-september te zien te krijgen is nog veel meer geluk nodig!

In ruigere grasstroken (die er de laatste tijd meer komen dankzij de beheersovereenkomsten van de VLM) kunnen op verschillende plaatsen populaties gevonden worden van de Greppelsprinkhaan en aan de rand van een naburig plateau komt nog een restpopulatie Veldkrekels voor. De Veldkrekel werd ook nog in 2011 waargenomen nabij de verkeerswisselaar van de E40 en de E314.

Planten

De klassieke akkerplanten zoals Korenbloem en Klaproos hebben het door het gebruik van bestrijdingsmiddelen en bemesting niet onder de markt. Veel planten vind je dan ook terug in de wegbermen en aan de randen. Uitschieters op de plateau’s zijn de tot voor kort uitgestorven gewaande Akkergeelster en het Groot spiegelklokje. Voor graslandsoorten waaronder ook orchideeën lijken de -ontoegankelijke- wegbermen van de autosnelwegen het laatste toevluchtsoord.

In het voorjaar zijn de holle wegen getooid met een schitterende voorjaarsflora van onder meer: Gevlekte aronskelk, Muskuskruid en Gulden boterbloem.

Herpetofauna

Op deze plateaus bevindt zich één van de laatste populaties Vroedmeesterpadden in Vlaanderen. Deze kleine padjes laten zich vanaf de schemering vooral auditief waarnemen. Hun typische sonarachtig ‘klokjesgeluiden’ of korte fluittoontjes zijn moeilijk lokaliseerbaar. Een nabijgelegen zandgroeve is succesvol ingericht voor de Vroedmeesterpadden en biedt de diertjes hopelijk een verzekerde toekomst.

Bereikbaarheid

Het plateau is via diverse invalswegen bereikbaar vanuit Leefdaal, Korbeek-Dijle, Neerijse, Huldenberg of Bertem. Het plateau zelf is best te bezoeken per fiets of te voet. Voertuigen worden hier niet graag gezien, de auto achterlaten is dus de beste optie. Je kan parkeren langs de kant van de Delle (kruispunt met de Blokkenstraat) maar let op dat je niet op het fietspad parkeert. Verder naar het zuiden ter hoogte van het Tersaertbos dwarst de Brede Weg de Neerijse Steenweg/Langestraat of de weg Neerijse-Leefdaal. Hier is ruime parkeergelegenheid. Een derde optie is parkeren aan de kerk van Korbeek-Dijle en via een van de vele holle wegen het plateau op te stappen (Hollestraat of Ruwaalstraat).

Johan Nysten