Abdij van 't Park -- Vijvers van Oud-Heverlee -- Heverleebos en Meerdaalwoud -- Neerijse Grote Bron -- Doode Bemde en Kliniekvijvers -- Sint-Agatha-Rode Grootbroek -- Rodebos en Laanvallei -- Leemplateau -- Dorenveld
Klik hier om naar de waarnemingen van deze gebieden te gaan.
|
|
| © Frederik Fluyt |
Men kan de auto parkeren aan het kruispunt van de Delle, de Bredeweg en de Blokkenstraat (slechts zeer beperkt mogelijk) of aan de kruising van de Bredeweg en de Neerijsebaan. Vandaar wandelt men de Bredeweg af tot men ongeveer halverwege het hoogste punt van het plateau bereikt, net boven een mooie holle weg. Van in de berm kan men het trekgebeuren gadeslaan.
In de maanden september en oktober is de trektelpost in de weekends vaak bemand van zonsopgang tot de middag. Bij gunstig roofvogelweer kan het interessant zijn om langer te blijven doortellen. Speciale trekteldagen worden aangekondigd op onze maillijst en via onze activiteitenkalender.
|
|
| © Frederik Fluyt |
De piek van de trekperiode valt echter in september en oktober (voornamelijk van half september tot half oktober). Vooral de zangvogeltrek kan bij momenten spectaculair zijn. Soorten die hier massaal (kunnen) doortrekker zijn: Vink, Keep, Veldleeuwerik, Graspieper, Koperwiek, Kramsvogel, Spreeuw, Kievit en Houtduif. Onder de vaste waarden noteren we o.a. de drie soorten Kwikstaarten, Zwaluwen, Boomleeuwerik, Zanglijster, Aalscholver, Buizerd, Sijs, Rietgors, Geelgors en Ringmus. Rode Wouw, Smelleken en Slechtvalk worden vrijwel jaarlijks gezien. De meer ervaren trekteller kan tussen de roepjes van het overvliegend grut mogelijk een Grote Pieper, Roodkeelpieper of een Ijsgors herkennen.
Goede trekteldagen zijn sterk weersafhankelijk en echt goede trek treedt vooral op als het na een lange periode van slecht weer plots terug mooi wordt. Rustig en stabiel weer is dan interessant. Zuidwestenwind daarentegen houdt de trek op. Een strak blauwe lucht (in trektellersjargon "de blauwe hel") is ook weer niet goed omdat veel zangvogels dan hoog overkomen en erg moeilijk op te pikken zijn tegen de blauwe hemel.
De laatste jaren krijgt de trek soms nog een staartje tot een eind in november met vaak nog interessante soorten zoals Barmsijs en Appelvink.
|
|
| © Eric Malfait |
De omgeving van het waterpompstation te Meerbeek leent zich uitstekend voor het observeren van vogels. Op dit hoog gelegen plateau met akkers, houtkanten en bosranden, valt er elk jaar wel iets te beleven.
De trektelpost is gelegen vlak op de Brabantse steilrand die in Meerbeek plots uit de Vlaamse vlakte oprijst. Met helder weer lijkt Vlaanderen zo aan je voeten te liggen en is het zicht ronduit spectaculair: van het Atomium kijk je over de Sint-Romboutstoren in Mechelen zo tot aan de rookpluim van de kerncentrale van Doel.
De omliggende kleine bosjes en hagen zijn zeer interessant voor trekkende zangvogeltjes en op de akkers en gazonnetjes aan het Pompstation pleistert er op goede dagen ook heel wat. Het grote voordeel van deze telpost is dat de vogels vaak laag en mooi overvliegen doordat ze net tegen de steilrand opbotsen. In tegenstelling tot de Bredeweg zijn er wel minder gemakkelijk pleisterende roofvogels waar te nemen.
Er zijn eigenlijk 2 plaatsen op enkele honderden meters van elkaar waar geteld kan worden. De meest westelijke plek is het gemakkelijkst te bereiken door langs de Hollestraat die van Everberg naar Leefdaal loopt, te parkeren ter hoogte van de jeugdgevangenis. Recht daartegenover kunt u een holle weg ingaan tot aan een paardenwei op de steilrand. Dit is een mooi uitkijkpunt, maar bij sterke oostenwind gaan de vluchtroepjes van de overtrekkende zangvogels vaak verloren in het geraas van de nabijgelegen E40.
Populairder is daarom de observatieplek aan het Pompstation zelf. Dit ligt pal op de steilrand langs de Hulstbergstraat tussen Bertem en Meerbeek. U kunt de wagen ter plekke parkeren en via een kort wegje tussen de pompinstallaties staat u zo aan de rand van de steilrand met één van de mooiste uitzichten van de omgeving.
In de maanden september en oktober is de trektelpost in de weekends vaak bemand van zonsopgang tot de middag. Bij gunstig roofvogelweer kan het interessant zijn om langer te blijven doortellen. Speciale trekteldagen worden aangekondigd op onze maillijst en via onze activiteitenkalender.
|
|
| © Eric Malfait |
Vooral bij heldere nachten en een oosten- tot zuidoostenwind loont het soms de moeite om je ‘s ochtends vroeg naar het pompstation te begeven en de buurt te gaan afspeuren voor wat er gedurende de ochtend zoal is neergestreken. Zeldzamere soorten zoals Bonte vliegenvanger, Gekraagde roodstaart, Boompieper,.. ja zelfs een Ortolaan kan je dan waarnemen. Tijdens dergelijke dagen kun je, met een beetje geluk, eigenlijk alles aantreffen.
Tegen de middag is het tijd om het luchtruim af te speuren naar voorbijtrekkende roofvogels. Daarvoor is het pompstation ideaal gelegen met een wijds zicht over de Molenbeekvallei, over het Grevensbos, het Eikenbos en de omliggende akkers. In een straal van 5 km kan je eigenlijk alles wat passeert te zien krijgen. Reeds waargenomen soorten zijn Blauwe kiekendief, Bruine kiekendief, Visarend, Buizerd, Wespendief, Torenvalk, Boomvalk, Slechtvalk, Smelleken, Sperwer en Havik. Dagen van goede trek zijn moeilijk te voorspellen en daarom heb je een beetje geluk en geduld nodig. Het weidse uitzicht laat dromen van de zeldzame dagen met massale Kraanvogeltrek over Vlaanderen. Dan moet je met een goede telescoop in staat kunnen zijn om heel wat groepjes mooi op te pikken.
De voorjaarstrek is niet zo spectaculair en massaal als de najaarstrek maar de vogels zijn in het voorjaar in een prachtig zomerkleed en kunnen zelfs op trek zingend worden waargenomen. Zo zijn er elk voorjaar wel Paapjes, Tapuiten, Graspiepers en Gele kwikstaarten rond het Pompstation te zien.
Tekst: Frederik Fluyt en Axel Smets
Laatste wijziging: 21-11-2008