Abdij van 't Park -- Vijvers van Oud-Heverlee -- Heverleebos en Meerdaalwoud -- Neerijse Grote Bron -- Doode Bemde en Kliniekvijvers -- Sint-Agatha-Rode Grootbroek -- Rodebos en Laanvallei -- Trektelposten -- Dorenveld

Leemplateau

Klik hier om naar de waarnemingen van dit gebied te gaan.

Beschrijving

Het leemplateau is hoofdzakelijk een akkergebied, dat tot op heden gespaard is gebleven van grootschalige ruilverkavelingen. Het plateau ligt tot 60 meter boven de valleigebieden en de hoogste toppen liggen een goede 100 meter boven het zeeniveau. Holle wegen, graften en houtkanten doorsnijden het zacht glooiende landschap. Bossen en bosjes gaande van een sparrenaanplanting tot het volwaardige Tersaertbos zorgen voor verdere variatie. Weilanden vind je veelal in de iets vochtigere depressies, of in de onmiddellijke omgeving van de her en der verspreide boerderijen. De hoogteverschillen binnen het plateau zorgen voor schitterende vergezichten en versterken de indruk van een open landschap. Door de akkerbouw en zijn rotatiesysteem krijgt het landschap een extra dynamiek, waar eerst een doorkijk was kan je later op een muur van maïs botsen.

Ligging

© Bruno Bergmans
Het Leemplateau strekt zich uit ten zuiden van Leuven, westelijk van de Dijlevallei over het grondgebied van de gemeenten Bertem, Huldenberg, Overijse en Tervuren. De Brede Weg -een voor autoverkeer ontoegankelijke landbouwweg- doorkruist als een centrale arterie het hele plateaugebied van Egenhoven tot in Duisburg. Vanuit alle omliggende dorpen lopen al dan niet holle wegen omhoog die u via een mooie wandeling naar het plateau leiden. Het –voor vogels- drukst bezochte stuk zijn de plateaus van Korbeek-Dijle en Leefdaal. Maar er zijn nog tal van andere interessante en mooie locaties die zeker uw bezoek waar zijn, zoals de Koeheide in Bertem (www.koeheide.be), de omgeving van de Tersaerthoeve (Neerijse), de omgeving van het Ganspoelinstituut (Huldenberg/Duisburg) en de Hollestraat in Loonbeek.




Toegang

Het gebied kan het hele jaar door vrij bezocht worden. De lokale landbouwwegen zijn over het algemeen niet toegankelijk voor wagens en motoren. Wandelen of fietsen is dus de aangewezen manier om het gebied te verkennen. De Brede Weg die van Egenhoven tot Duisburg loopt vormt hiervoor een geschikt uitgangspunt. Ze vertrekt net na de E40 vanaf de Sint-Jansbergsesteenweg/Nijvelsebaan/N253 (die van Egenhoven naar Overijse loopt) naar het westen. Ze kruist de Blokkenstraat (Korbeek-Dijle – Bertem) ter hoogte van het kruispunt met de Delle (indien u hier in de berm parkeert, moet u opletten niet op het fietspad te gaan staan). Verder naar het zuiden ter hoogte van het Tersaertbos dwarst de Brede Weg de Neerijse Steenweg/Langestraat of de weg Neerijse – Leefdaal. Hier is ruime parkeergelegenheid. Uiteindelijk loopt ze uit op de de straat Vossemberg, vlak bij het centrum van Duisburg.

Ook het fietsknoopuntennetwerk kan je naar het leemplateau leiden, knooppunten 2, 3 en 9 liggen op de Brede Weg.

Langs de Brede weg ligt ook één van de twee trektelposten van de regio.

Kenmerkende soorten

Vogels

© Johan Nysten
Algemene broedvogels in de akkergebieden zijn Patrijs, Kievit, Kneu, Veldleeuwerik en Geelgors. Deze laatste kent hier een van de hoogste populatiedichtheden van Vlaanderen. Minder algemeen tot zeldzaam zijn Kwartel (wisselend van jaar tot jaar), Grauwe Gors (door de sterke achteruitgang geen vaste broedvogel meer) en Graspieper (ook verdwenen als broedvogel). Zangvogels allerhande vind je in de houtkanten en bosjes: Grasmus, Zwartkop, Fitis, Braamsluiper en Spotvogel. In een zandgroeve te Neerijse werd in 2002 een broedgeval van Bijeneter vastgesteld. Andere broedvogels zijn o.a. Bergeend (de laatste jaren toenemend op kleine plassen en vijvers), Buizerd, Torenvalk, Boomvalk, Sperwer, Zomertortel, Ransuil en Steenuil. De plateaus zijn ook belangrijk als voedselbron voor vogels die buiten het gebied broeden. Zo zijn Blauwe Reigers van de nabijgelegen broedkolonie in de Dijlevallei trouwe bezoekers. Ook de Kerkuilen van de omliggende dorpen vinden hier een geschikt jachtterrein.

Voor vogelkijkers is het leemplateau op zijn best tijdens het trekseizoen zowel in voor- als najaar, in april-juni en augustus-oktober is zowat alles mogelijk. Typische pleisteraars in deze periodes zijn Tapuiten, Paapjes en Roodborsttapuiten. Tapuiten vind je vaak over de akkers lopend waarbij ze af en toe de hoogste aardkluit als uitkijkpunt gebruiken. Paapjes zitten graag op afsluitingen of uitstekende planten. Beflijster, Duinpieper en Noordse Gele Kwikstaart worden vrijwel jaarlijks waargenomen. De weiden nabij de Brede Weg te Korbeek-Dijle oefenen een grote aantrekkingskracht uit op kwikstaarten, vooral in het voorjaar loont het vaak de moeite om tussen de poten van de grazende koeien te kijken.

Ook drie soorten kiekendieven (Blauwe, Bruine én Grauwe) met hun typische schommelende vlucht zijn een vaste waarde op doortrek.

In de winter zijn Blauwe Kiekendief, Graspieper en Veldleeuwerik vaste gasten. Zo werd in 2007 voor het eerst een gezamenlijke slaapplaats van Blauwe Kiekendieven gevonden. Smelleken, Velduil en Klapekster worden minder regelmatig waargenomen. Een met graan ingezaaide Natuurpuntakker langs de Delle in Leefdaal en een op de Koeheide biedt in de winter ook voedsel aan groepen overwinterende gorzen (voornamelijk Geelgorzen).

Een dergelijk uitgestrekt gebied geeft zijn geheimen niet zomaar prijs, het vergt vaak heel wat zoekwerk om schaarsere vogels te vinden. Vasthoudendheid, enig inzicht in vogelgedrag en een portie geluk zijn hier de sleutelwoorden. Maar een waarneming van een mooie soort zoals een Morinelplevier of een Sneeuwgors is dan ook een inspanning waard. Als echte topsoorten werden hier reeds twee maal Grielen waargenomen, maar de beste soort was ongetwijfeld een prachtig mannetje Kleine trap dat eind april 2008 één dag het plateau van Korbeek-Dijle met een bezoek vereerde.

Zoogdieren

© Bruno Bergmans
Eén van de absolute sterren van het leemplateau is de Europese Hamster. Deze van oorsprong Oost-Europese soort heeft hier haar meest westelijke populatie van Europa gevestigd. De Hamster leeft hoofdzakelijk ’s nachts, schuilt overdag in zelf gegraven burchten en houdt een winterslaap. De kans dat je er eentje te zien krijgt is dan ook zeer klein. Jaarlijks –tijdens de oogst- organiseert de Natuurstudiegroep Dijleland met de hulp van vrijwilligers een inventarisatie van hamsterburchten (zie Activiteiten).

Als beschermingsmaatregel voor de hamsters worden de laatste jaren door het Agentschap voor Natuur en Bos (ANB) en de Vlaamse landmaatschappij (VLM) –beide Vlaamse overheidsinstellingen- beheersovereenkomsten met plaatselijke landbouwers afgesloten. Zo worden percelen ingezaaid met luzerne en daarbij aansluitend een graanakker die tot lang na de gebruikelijke oogsttijd blijft staan. Het spreekt vanzelf dat ook de andere akkerbewoners van dit voedselaanbod profiteren. De meeste zoogdieren zijn in tegenstelling tot de Haas en Hamster niet specifiek aan akkers gebonden: Ree, Vos, Konijn, Hermelijn, Wezel en Steenmarter komen in de hele streek voor.

Insecten

In de sleedoornstruwelen op het plateau kunnen na geduldig zoeken in de winter de eitjes van de zeldzame (maar lokaal vrij wijd verbreide) Sleedoornpage aangetroffen worden. Om de vlinder zelf in augustus-september te zien te krijgen is nog veel meer geluk nodig!

In ruigere grasstroken (die er de laatste tijd meer komen dankzij de beheersovereenkomsten van de VLM) kunnen op verschillende plaatsen populaties gevonden worden van de Greppelsprinkhaan en aan de rand van een naburig plateau komt nog een restpopulatie Veldkrekels voor.
© Frederik Fluyt

Planten

De klassieke akkerplanten zoals Korenbloem en Klaproos hebben het door het gebruik van bestrijdingsmiddelen en bemesting niet onder de markt. Veel planten vind je dan ook terug in de wegbermen en aan de randen. Uitschieters op de plateau’s zijn de tot voor kort uitgestorven gewaande Akkergeelster en het Groot spiegelklokje. Voor graslandsoorten waaronder ook orchideeën lijken de –ontoegankelijke- wegbermen van de autosnelwegen het laatste toevluchtsoord.

In het voorjaar zijn de holle wegen getooid met een schitterende voorjaarsflora van onder meer: Gevlekte aronskelk, Muskuskruid en Gulden boterbloem.

Paddenstoelen

De trots van het Dijleland zijn de schitterende gekleurde Wasplaten die hier en daar nog op enkele onbemeste steile hellinggraslanden voorkomen, tesamen met andere zeldzame soorten graslandpaddenstoelen zoals de curieuze Knotszwammen en Aardtongen. Eén van de topgebieden is hier de Koeheide. Omdat deze weides niet vrij toegankelijk zijn worden elk najaar speciale excursies georganiseerd (zie Activiteiten).

Langs steile taluds en in sommige holle wegen kunnen ook andere bijzonderheden aangetroffen worden zoals Aardsterren, Rode kelkzwammen en het Blauwgroen trechtertje.

Herpetofauna

Op deze plateaus bevindt zich één van de laatste populaties Vroedmeesterpadden in Vlaanderen. Deze kleine padjes laten zich vanaf de schemering vooral auditief waarnemen. Hun typische sonarachtig geluid is moeilijk lokaliseerbaar. Een nabijgelegen zandgroeve is succesvol ingericht voor de Vroedmeesterpadden en biedt de diertjes hopelijk een verzekerde toekomst.

Op zijn minst op de Koeheide kan ook nog een populatie Levendbarende hagedissen aangetroffen worden.

Tekst: Johan Nysten

Laatste wijziging: 10-11-2008

Waarnemingen

Omdat puntwaarnemingen meer informatie geven in zo'n groot gebied als het plateau verzoeken we u vriendelijk uw waarneming voor dit gebied als puntwaarneming in te voeren.

top