Abdij van 't Park -- Vijvers van Oud-Heverlee -- Neerijse Grote Bron -- Doode Bemde en Kliniekvijvers -- Sint-Agatha-Rode Grootbroek -- Rodebos en Laanvallei -- Leemplateau -- Trektelposten -- Dorenveld
Klik hier om naar de waarnemingen van deze gebieden te gaan.
|
| © Joris Menten |
De bodem van het Meerdaalwoud en Heverleebos bestaat uit een leempakket, gelegen op zandig substraat. Op de hogere gebieden zoals het Heverleebos, de noordrand van het Meerdaalwoud (Steenbergveld) en de hogere toppen van het Mollendaalbos, is het leempakket weggeërodeerd en komt de zandgrond aan de oppervlakte. Hier treffen we droge, armere bossen aan, voor een gedeelte beplant met naaldhoutbestanden. In de lager gelegen gedeeltes is de bodem vochtiger en lemiger. We vinden er de meer typische rijke bostypes van Midden-Brabant. Het Meerdaalwoud en het Heverleebos zijn, net als het Zoniënwoud, restanten van het historische Kolenwoud. Wellicht is tenminste een deel van het complex gedurende historische tijden bebost gebleven als adellijk domein en beheerd voor houtproductie en als jachtgebied. De variatie in bodemstructuur en reliëf en de onafgebroken bebossing van het gebied zorgen ervoor dat het Heverleebos en vooral het Meerdaalwoud een rijke biodiversiteit kennen met tal van soorten die we niet of zelden in de rest van Vlaanderen kunnen aantreffen.
Het Meerdaalwoud en Heverleebos worden beheerd door het Agentschap voor Natuur en Bos (ANB) dat een multifunctioneel beheer nastreeft. In de bosreservaten (240 ha) is natuur de hoofdbeheersdoelstelling.
Het Heverleebos is ongeveer 600 ha groot en strekt zich uit tussen Heverlee, Blanden, Vaalbeek en Oud-Heverlee. Ten zuiden hiervan ligt het tweemaal grotere Meerdaalwoud, begrensd door de dorpskernen van Blanden en Vaalbeek, Mollendaal (een gehucht van Bierbeek), Hamme-Mille en Sint-Joris-Weert. De Naamsesteenweg doorsnijdt zowel het Heverleebos als het Meerdaalwoud. Het Heverleebos wordt dan nog eens doorkliefd door de E40. Het gedeelte van het Meerdaalwoud ten oosten van de Naamsesteenweg wordt vaak ook Mollendaalbos genoemd. Tussen 't Zoetwater en het eigenlijke Meerdaalwoud ligt het kleinere Kouterbos. Hier sluit het boscomplex ook aan met de Doode Bemde met het bosreservaat "De Putten van de Ijzerenweg".
|
| © Joris Menten |
De fiets is het ideale vervoermiddel om het bosgebied volledig te leren kennen. De Herendreef is goed befietsbaar en doorsnijdt het Heverleebos van N naar Z. Het Meerdaalwoud bereik je dan via de Prosperdreef, Grezweg of Herculesdreef (van aan 't Zoetwater) die voor N-Z verbindingen doorheen het Meerdaalwoud zorgen. De Walendreef geeft je de mogelijkheid om rustig in O-W richting door het bos te fietsen. De Weertsedreef en Naamsesteenweg zijn niet aan te raden voor fietsers of wandelaars door het drukke autoverkeer.
Zowel de Naamsesteenweg als de Waversebaan zijn voorzien van busverbindingen van de Lijn of haar Waalse tegenhanger TEC (zie www.delijn.be). Op de Naamsesteenweg stap je af aan de halte "De Jacht" voor het arboretum van het Heverleebos, of haltes "Weertse dreef" of "Sint-Theresia-Kapel" voor het Meerdaalwoud. Halte "'t Zoetwater" is een geschikte uitvalsbasis voor de zuidrand van het Heverleebos en het Kouterbos. 't Zoetwater is ook zeer goed voorzien van drank- en eetgelegenheden. Van het station van Sint-Joris-Weert is het een tweetal kilometer naar de Kluis nabij de Paddenpoelvallei.
Voor het Heverleebos zijn de beste toegangsplaatsen met voldoende parkeergelegenheid het arboretum en 't Zoetwater. Het arboretum ligt aan de Naamsesteenweg net voorbij de tunnel onder E40, komende van Leuven, aan je rechterkant. 't Zoetwater ligt aan de Waversebaan tussen Oud-Heverlee en Sint-Joris-Weert. Het Kouterbos ligt vlakbij 't Zoetwater. Momenteel zijn er in het Meerdaalwoud enkele parkeerplaatsen langsheen de Naamsesteenweg en de Weertse dreef. Net voor het binnenrijden van Wallonië is er ook een kleine parking ten westen van de Naamsesteenweg (aangeduid met de pijl "Warandevijver"). In de toekomst zal het Meerdaalwoud voorzien worden van drie grote toegangspoorten met parkings: één aan Blanden langs de Naamsesteenweg, één aan de Dauw nabij het centrum van Blanden, en één aan Sint-Joris-Weert langs de Weertse dreef. Aan deze laatste toegangspoort is nu reeds ruime parkeergelegenheid (parking Speelberg).
In beide bossen kan je tijdens een wandeling de meeste typische bossoorten van Midden-Brabant verwachten: Glanskop (het grootste deel van de Vlaamse broedpopulatie komt hier voor), Kuifmees, Boomklever en Boomkruiper, Vuurgoudhaantje, Goudvink, Zwarte specht, en Havik. De zeldzamere bosspecialisten beperken zich tot het Meerdaalwoud. De Middelste bonte specht komt voor in de structuurrijke loofhoutbestanden, bijvoorbeeld in bosreservaten "De Pruikenmakers" en "De Heide" aan weerszijden van de Naamsesteenweg ter hoogte van de Sint-Theresia-kapel en bosreservaat "Everzwijnenbad" nabij de Kluis. Een gelijkaardige verspreiding heeft de Fluiter, die echter de laatste decennia erg zeldzaam geworden lijkt te zijn met jaarlijks slechts enkele zangposten. De Houtsnip baltst op voorjaarsavonden boven de bosdreven in dezelfde omgeving. De Appelvink komt verspreid in het Meerdaalwoud voor, maar is vaak moeilijk te vinden. Een goede kans heb je bijvoorbeeld op opengekapte plekken langs de Kromme Dreef en aan de noordrand van het Mollendaalbos. Het arboretum van het Heverleebos is wellicht de meest trefzekere plaats van het Dijleland voor Kruisbek. Van de Taigaboomkruiper zijn ook enkele waarnemingen verspreid over Heverleebos en Meerdaalwoud; of het hier een populatie van deze soort betreft, is niet gekend.
|
|
| © Frederik Fluyt |
Op open plekken in beide bossen kan je Levendbarende hagedis en Hazelworm aantreffen. Het Mollendaalbos is gekend voor het voorkomen van de Vuursalamander, onze enige landsalamander.
Het Meerdaalwoud is helaas een van de voorbeelden van de verarming van onze bosvlinderfauna. Het is meer dan 10 jaar geleden dat de Kleine ijsvogelvlinder nog gezien werd. Historisch kwam hij voor in de omgeving van de Warandevijver. Het is niet ondenkbaar dat hij daar nog eens opduikt. Sporadisch worden er Keizersmantels waargenomen, o.a. een eierleggend wijfje in 2004 aan het militair domein, maar bewijzen van een vitale populatie zijn er momenteel (nog?) niet. De meeste claims van Keizersmantel betreffen de Tauvlinder, een typische nachtvlinder van beukenbossen. Tijdens het voorjaar vliegen de mannetjes van deze soort overdag rond op zoek naar wijfjes. Met hun fel-oranje kleuren en snelle vlucht doen ze zo aan parelmoervlinders denken. Je kan ze vinden in de beukenbestanden in zowel het Meerdaalwoud en als het Heverleebos. De Citroenvlinder is ook nog sporadisch aan te treffen in de drogere, zandiger plaatsen in het Meerdaalwoud maar is ook sterk achteruitgegaan. In 2008 werd er voor het eerst sinds heel lang ook nog eens een Rouwmantel waargenomen.
De vrij zeldzame Bronlibel komt voor in de brongebieden aan de Paddenpoel, nabij de Kluis, en in de vallei van de Warande. Andere libellen als Grote keizerlibel, Paardenbijter, Blauwe glazenmaker en Smaragdlibel komen voor aan de Warandevijver en de vijvers aan de Kluis. Ook de Weidebeekjuffer heeft hier verrassend genoeg een permanente populatie.
Meerdaalwoud-specialiteiten onder de sprinkhanen zijn de Zaagsprinkhaan en de Rosse sprinkhaan. De Zaagsprinkhaan leeft in boomtoppen en is slechts met een vleermuisdetector met enige trefkans te vinden. Het voorkomen van deze nieuwe sprinkhaansoort voor Vlaanderen werd ontdekt in de zomer van 2008. De Rosse sprinkhaan leeft in de open, drogere delen van het Meerdaalwoud, en is bijvoorbeeld te vinden aan het ruiterpad dat aan de oostrand van het militair domein loopt.
|
| © Bruno Bergmans |
De voorjaarsflora van het Meerdaalwoud is op sommige plaatsen indrukwekkend met overvloedige bloei van Speenkruid, Bosanemoon, Lelietje-der-Dalen, en Kleine maagdenpalm. Op de betere plaatsen, bijvoorbeeld in de Warandevallei, vinden we Gulden boterbloem, Eenbes, Grote keverorchis en Longkruid. De flora van het Heverleebos is minder indrukwekkend. Op de drogere delen tref je veel Dalkruid en enkele Struikheideplantjes aan. Het vochtige gedeelte ten N van de E40 en ten O van de Naamsesteenweg (gekend als het "Sappellenbos") kent een rijkere voorjaarsflora, met onder andere een rijke groeiplaats van Wilde narcis. Het kalkrijke brongebied in het Kouterbos (Bosreservaat "Klein moerassen") kent een opmerkelijke flora met o.a. Paarbladig goudveil, Daslook en Eenbes. In de "Putten van de Ijzerenweg" is een grote groeiplaats van Vingerhelmbloem.
|
| © Joris Menten |
Ook aan zwammen en paddenstoelen is het boscomplex opvallend rijk. De grote hoeveelheid dood hout en afwisselende bodemgesteldheid met overgangen van zure zandgrond naar kalkrijk leem en van droge naar natte terreinen zorgt voor een grote zwammenverscheidenheid. Roger Langedries en Jos Monnens (in De Becker, 1999) vermelden meer dan 800 soorten genoteerd in de periode 1980-1999 waaronder enkele fraaie en zeldzame soorten als Bisschopsmuts, Geschubde boleet en Spechtinktzwam.
Piet De Becker (red.) "De Bosreservaten van Heverleebos en Meerdaalwoud" Jaarboek 1999, Vrienden van Heverleebos en Meerdaalwoud bevat meer informatie rond beheer en fauna en flora van de bosreservaten. Het Meerdaalwoud heeft ook een website (www.meerdaalwoud.be). Het beheersplan van het gebied, aan te vragen bij het ANB, bevat ook veel informatie rond de geschiedenis en het beheer van het domeinbos.
Tekst: Joris Menten
Laatste wijziging: 17-11-2008