Abdij van 't Park -- Vijvers van Oud-Heverlee -- Heverleebos en Meerdaalwoud -- Neerijse Grote Bron -- Sint-Agatha-Rode Grootbroek -- Rodebos en Laanvallei -- Leemplateau -- Trektelposten -- Dorenveld

De Doode Bemde (DB) en Neerijse Kliniekvijvers (NKV)

© Désiré Vanautgaerden

Klik hier om naar de waarnemingen van deze gebieden te gaan.

Beschrijving

© Bruno Bergmans
Sinds het begin van de jaren '80 van de vorige eeuw wordt in het gebied tussen Korbeek-Dijle, Oud-Heverlee, Sint-Joris-Weert en Neerijse een natuurreservaat uitgebouwd. Anno 2008 is er ca 230 ha natuurgebied in beheer van de Vrienden van Heverleebos en Meerdaalwoud en in eigendom van Natuurpunt Beheer.

De doelstelling van het gebied is de lappendeken van biotopen eigen aan de Dijlevallei te behouden en te optimaliseren in functie van natuurwaarden. Centraal staat het feit dat dit gebied in de alluviale vlakte van de Dijle ligt en dat zowel bodem als omgeving eerder nutriëntenrijk zijn. Matig voedselrijke habitats worden dan ook als doelstelling naar voor geschoven. Deze uiten zich bvb. in glanshavergraslanden, dottergraslanden en elzenbroekbossen. Uit historische bronnen kan afgeleid worden dat vegetaties van nog schralere bodems (Kleine zegge vegetaties, blauwgraslanden) voorkwamen, maar deze lijken de beheerders een onrealistische zaak op grote schaal na te streven.

Centraal in dit gebied stroomt de Dijle. Deze deelt het gebied in een iets bredere westelijke zone en een iets smallere oostelijke zone. Deze laatste zone sluit aan bij de uitlopers van Meerdaalwoud (Kouterbos). De oostelijke zone bestaat uit een drietal komgronden (van zuid naar noord: Toemaat, Doode Bemde (ss) en Hamel). De Toemaat is een complex van ruigten en afstervende populierenbossen. De Doode Bemde (ss) is een kenmerkende komgrond met rietvegetaties in het laagste deel met vervolgens een gradiënt van grote zegge ruigte, dottergraslanden en uiteindelijk glanshavergraslanden op de drogere oeverwallen. De Toemaat is in volle ontwikkeling naar een analoog patroon als de Doode Bemde komgrond.

De westelijke zone wordt doorsneden door enerzijds een voormalige trambedding (zuidelijke lus van de wandelroute), de Ijse (noordelijke lus van de wandelroute). In principe is er slechts één komgrond ten zuiden van de Ijse en één ten noorden aanwezig. Vooral de komgrond ten zuiden van de Ijse (de komgrond van Neerijse) wordt actueel ontwikkeld. De zuidwestelijke beboste zone zal bos blijven. Elders wordt er een ruigte/graslandgradiënt nagestreefd, zoals voor de komgrond van de Doode Bemde (ss) beschreven. Hiertoe overstroomt het gebied periodiek en is het drainagepeil aangepast. Aan de westelijke rand van deze komgrond bevinden zich enkele vijvers, de zogenaamde Kliniekvijvers. Deze worden –gezien hun bescherming als landschap- beheerd als cultuurhistorisch relict van viskweek.

Ten noorden van de Ijse bevindt zich het Langerodebos en de Langerodevijver (Neerijse Grote bron). Het Langerodebos is een historisch oud bos en wordt als dusdanig behouden. De overige delen delen van deze komgrond zijn een lappendeken van graslanden, historische boskernen en ruigten.

Ligging

De Doode Bemde ligt centraal in de Dijlevallei ten zuiden van Leuven tussen Stationsstraat/Bogaardenstraat (die Korbeek-Dijle met Oud-Heverlee verbindt) en de Neerijsebaan (die Neerijse met Sint-Joris-Weert verbindt).

© Johan Nysten
Route: Neem op de E40, vanuit Brussel of Limburg, in Bertem/Heverlee de E314 om deze vrijwel meteen aan afslag 15 weer te verlaten. Ga aan de eerste verkeerslichten rechtsaf op de N253, Nijvelsebaan (die verderop enkele malen een andere naam krijgt) en volg deze kronkelende weg tot in Neerijse-centrum. Aan de kerk kan u parkeren en het gebied via de kerkwegel bereiken. Deze start in de noordelijke hoek van de bocht van de Beekstraat rond de kerk (afdalen richting Sint-Joris-Weert) en komt uit op een kasseiwegje (Lindenhoflaan). Al dalend brengt deze laan u in rechte lijn naar het centrum van de Doode Bemde (Kliniekvijvers).

U kunt ook in het centrum van Korbeek-Dijle de Dijlevallei oversteken richting Oud-Heverlee en Sint-Joris-Weert (pijlen richting "Zoet Water" volgen). Eens u op de Waversebaan bent volgt u deze naar het zuiden richting Sint-Joris-Weert om bij de ingang van het dorp rechtsaf de Reigerstraat in te slaan en deze over de spoorweg te volgen tot aan de ruime parkeerplaats. Tijdens perioden met aanhoudende regen is het evenwel mogelijk dat deze parkeerplaats onbereikbaar wordt door modderpoelen op de inrit.

Openbaar vervoer: Treinen tot het station van Leuven en daar overstappen op de stoptrein naar Waver/ Ottignies. Afstappen in Sint-Joris-Weert en al wandelend langs de Stationstraat, de Beekstraat (die overgaat in de Neerijsebaan), tot over de Dijle, rechts de Dijlestraat in (via 't Appelfabriekje).

Toegang

In het belang van fauna en flora is het overgrote deel van dit Natuurreservaat niet vrij toegankelijk. Er zijn echter ruim voldoende voorzieningen om de bezoeker volop te laten genieten van al het fraais dat deze site te bieden heeft.

In de Doode Bemde is een 8-vormige wandellus aangelegd, op de linker oever van de Dijle (westelijke helft van de vallei). De vernauwing van de 8 wordt gevormd door het wandelpad (en knuppelpad) tussen de Lindenhoflaan (Neerijse, parking aan de kerk) en de Reigerstaat (Sint-Joris-Weert, ruime parking). Ten noorden loopt de lus uit tot aan de Ijse, in het zuiden tot net voor 't Appelfabriekje. Het gebied kan ook benaderd worden vanuit de dorpskern van Korbeek-Dijle (via de Kleine broekstraat naar de vijver van Neerijse Grote bron). Als u langsheen de vijver verder naar het zuiden wandelt bereikt u vanzelf de wandellus ter hoogte van de monding van de Ijse in de Dijle. Ook vanuit het zuiden, aan het Appelfabriekje, kunt u aansluiten op de wandellus.

De Kliniekvijvers zijn het beste te bereiken vanuit het centrum van Neerijse of door van de Reigerstraat in Sint-Joris-Weert langs het knuppelpad het mooie centrale valleigedeelte over te steken tot aan de vijvers. Aan één vijver is een kijkwand voorzien, aan een andere een prachtige schuilhut (De Roerdomp).

Kenmerkende soorten

Vogels

© Johan Nysten
Het is wellicht onmogelijk om te bepalen welke de meest kenmerkende soort is voor dit gebied! Uiteraard kan u er vrijwel alle watervogels waarnemen als broedvogel, pleisterend of op doortrek. De populaties wijzigen ook samen met de zich wijzigende omgeving. Zo worden nog steeds oude populierenbossen omgezet naar hooiland, ruigte of bos.

Door de nabijheid van grote boscomplexen zingen er de Wielewaal en de Zomertortel en is een overvliegende Zwarte Specht of Havik niet echt zeldzaam. De spectaculaire vlinderbalts van de Wespendief valt boven de grotere boskernen jaarlijks waar te nemen.

In de lente zingen vanuit de rietvelden Kleine Karekiet, Cetti's zanger, Rietgors, Sprinkhaanzanger, Bosrietzanger en Blauwborst. Waterral, Zomertaling, Porseleinhoen en Goudvink zijn ook broedvogels. Ten gevolge van de vernatting van het gebied kan er van tijd tot tijd een baltsende Watersnip bij valavond gehoord worden in de komgronden.

De Kliniekvijvers zijn een heel stuk kleiner dan de andere vijvers in de vallei en trekken daardoor minder soorten aan. Toch komen er ook de klassieke soorten van de andere vijvers voor. Zo komen Boomvalken tijdens de trekperiode (en vaak ook een groot deel van de zomer) jagen op libellen. Ook voor alle soorten zwaluwen zijn de insecten boven het gebied een levensbelangrijke voedselbron tijdens de trek. Voor de kolonie Oeverzwaluwen in de streek zijn de vijvers een vaste foerageerplek.

Een recent opgedoken gast is de Grote zilverreiger die soms in groep komt slapen aan de Kliniekvijvers.

Andere doortrekkers zijn: Grauwe klauwier, Paapje, Purperreiger, Bruine kiekendief, Visarend, Lepelaar en Porseleinhoen. Als er slik in de vijvers ligt, kunnen ook steltlopers gezien worden.

De Klapekster die hier eertijds zijn bolwerk had is spijtig genoeg als broedvogel verdwenen en wordt enkel nog –zij het ook niet jaarlijks- als wintergast gezien. Andere wintergasten in de natte komgronden zijn Watersnip, Waterpieper en Bokje. In groepjes Elzen kunnen dan foeragerende Sijsjes en eventueel ook Barmsijzen aangetroffen worden.

Zoogdieren

© Frederik Fluyt
Langsheen de Dijle (oostelijke takken van de wandellus) zijn 's winters op verschillende plaatsen de vraat- en andere sporen van Bevers te zien. Frappant zijn de omgeknaagde bomen, maar ook maïsvraat, wissels en glijbanen naar de rivier zijn op verschillende plaatsen te zien.

Daarnaast kan men met veel geluk ook Vos, Hermelijn en Bunzing waarnemen tijdens hun jachtpartijen. Ook Reeën en verschillende vleermuissoorten komen ook in het gebied voor.

Dagvlinders

De actuele kennis over dagvlinders is dankzij een grondige monitoring goed beschreven. In totaal zijn reeds meer dan 32 soorten vastgesteld. Op mooie zomerdagen kunnen vaak grote aantallen vlinders foeragerend aangetroffen worden op de bloeiende ruigtekruiden.

Uitschieters hierin zijn Grote Weerschijnvlinder en de Iepepage. Om deze uiterst zeldzame vlinders te zien te krijgen is echter heel veel geluk nodig. Daarnaast hebben zoektochten in verschillende sleedoornstruwelen ook volwassen exemplaren van de Sleedoornpage opgeleverd en is de Doode Bemde in het Dijleland ook het bolwerk van het Landkaartje.

Libellen

Langsheen de verschillende waterlopen in het gebied is frequent en zelfs talrijk de Weidebeekjuffer waar te nemen., De verschillende vijvers herbergen vermoedelijk analoge libellenpopulaties als de andere in de vallei, maar zijn minder intensief onderzocht. Vastgestelde oprukkende libellen zijn alvast Kleine Roodoogjuffer en Vuurlibel.

Planten

Nu de komgronden terug tot hooilanden omgevormd worden steekt ook de begeleidende flora terug de kop op. In mei zijn de weides op hun best vol roze Echte koekoeksbloemen en gele Grote ratelaars.

Tekst: Bart Vercoutere

Laatste wijziging: 11-11-2008

Waarnemingen

top